Pilot Reprimande minderjarige verdachten van start

Met de landelijke pilot Reprimande worden jongeren van 12 tot 18 jaar die voor het eerst op heterdaad zijn gepakt, buiten het strafrecht gehouden. De nieuwe aanpak geldt alleen wanneer het gaat om een strafbaar feit met een licht en eenvoudig karakter, zoals bijvoorbeeld winkeldiefstal.

Met een eenvoudige winkeldiefstal door een jeugdige ‘first offender’, is de politie soms uren bezig en al die tijd zit die minderjarige op het politiebureau. Per 1 oktober 2020 gaat de landelijke pilot Reprimande van start. Hierbij wordt een minderjarige die voor het eerst op heterdaad wordt betrapt voor een licht vergrijp wel als verdachte geregistreerd door de politie, maar wordt als afdoening een mondelinge waarschuwing gegeven. Het is aan de hulpofficier van justitie om te besluiten of een reprimande van toepassing kan zijn. Vanzelfsprekend wordt per situatie nauwgezet bekeken wat de beste werkwijze is om herhaling van het feit te voorkomen, want ook winkeldiefstal is een delict dat serieus aangepakt wordt.

Grote impact

Uit onderzoek – onder meer van de Kinderombudsman – is gebleken dat een aanhouding en insluiting van een minderjarige grote impact heeft op zowel het kind als de ouders. Het wordt als buitenproportioneel ervaren en heeft soms psychische gevolgen voor de minderjarige. Ook de beeldvorming van de jongere over de politie wordt beïnvloed.

Proef Oost Nederland

In de Eenheid Oost Nederland startte daarom in juli 2018 een proef, waarbij de minderjarige first offender bij lichte delicten niet werd meegenomen naar het bureau. Zo werd een winkeldiefstal bijvoorbeeld ter plekke in de winkel afgehandeld. Daarna volgde een reprimandegesprek met de minderjarige in het bijzijn van de ouders. De politie voert het reprimandegesprek en legt dit vast in de Basisvoorziening Handhaving (BVH).

Landelijke werkwijze

Per 1 oktober 2020 gaan alle politie-eenheden bij een reprimande dezelfde werkwijze toepassen. ‘Mede gebaseerd op de goede ervaringen in Oost-Nederland besloten politie, OM, Halt en J&V deze landelijke werkwijze te ontwikkelen’, vertelt Anja Schouten, portefeuillehouder Zorg & Veiligheid bij de politie.  ‘Hierin staat het belang van het kind voorop en wordt de rol van ouders meer benadrukt, ze worden eerder en intensiever betrokken bij het ongewenste gedrag van hun kind. Ook ontstaat door deze werkwijze een goede juridische basis en wordt rechtsongelijkheid voorkomen. Tot nu toe werden lichte vergrijpen in het ene gebied al ter plaatse afgehandeld, maar moest de minderjarige in een ander gebied nog wel mee naar het bureau.’