Consumptie huishoudens in juli met ruim 6 procent afgenomen

Consumenten hebben in juli 6,2 procent minder besteed dan in juli 2019, meldt het CBS. De krimp is lager dan in de vier voorgaande maanden. Consumenten gaven opnieuw minder uit aan diensten, maar meer aan goederen.

Consument besteedt minder aan diensten
De uitgaven aan diensten waren in juli 14,9 procent lager dan een jaar eerder. Dat betreft vooral diensten als een bezoek aan restaurant, theater, pretpark, sportschool, voetbalwedstrijd en het gebruik van openbaar vervoer. Aan diensten zoals telefoon- en internetabonnementen, verzekeringen, woondiensten, private lease en koeriersdiensten gaven consumenten meer uit.

Consumenten hebben 9,8 procent meer besteed aan duurzame goederen. Huishoudens kochten vooral meer woninginrichtingsartikelen, elektrische apparatuur en auto’s. Verder hebben consumenten 1,8 procent meer besteed aan voeding en genotmiddelen dan in juli 2019. Aan overige goederen, zoals gas en motorbrandstoffen, hebben ze 3,1 procent meer besteed als een jaar eerder.

Drie weken geleden meldde het CBS dat de detailhandel in juli 9,7 procent meer heeft omgezet dan in juli 2019. Het verkoopvolume lag 7,1 procent hoger. Zowel de foodsector als de non-foodsector realiseerde een hogere omzet. Ook deze cijfers zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van koopdagen.

Omstandigheden voor consumptie in september minder ongunstig dan in juli
Het CBS publiceert elke maand ook over de omstandigheden voor de consumptie in de consumptieradar. De consumptie door huishoudens hangt onder meer samen met de verwachtingen van consumenten, de situatie op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van hun vermogen. De indicatoren in de radar hangen goed samen met de consumptie door huishoudens, maar een verbetering van de omstandigheden betekent niet per se een hogere groei van de consumptie.

Volgens de CBS Consumptieradar zijn de omstandigheden voor de consumptie door Nederlandse huishoudens in september minder ongunstig dan in juli. Dat komt vooral doordat ondernemers in de industrie minder negatief waren over de toekomstige ontwikkeling van de werkgelegenheid in hun bedrijf en consumenten minder negatief waren over hun financiële situatie in de komende 12 maanden.